geselecteerd als gefixeerd bericht

Wat voel ik als ik diep in mijzelf kijk?
Is het pijn, is het verdriet,
is het jaloezie of boosheid?
Proef ik daar bitterheid, het gal?
Droom ik mijn leven,
hou ik vast aan iets wat niet is?
Ben ik te bang om los te laten,
een nieuwe koers te varen?
Twijfel, zuchten, denken en doen.
Relativeren, confronteren, nadenken.
Het is allemaal zo makkelijk.
Je gooit het bijltje er bij neer.
Klaar.
Over.
Maar niets hiervan is waar.
Het zegt mij alleen maar dat ego wint.
Dat het nooit iets voorstelde.
Dat bezit de hoofdreden was om te houden van.
Liefde zie ik in vele vormen,
nadenken en kijken naar horen hierbij.
Ik reis een reis die ik nog niet eerder maakte,
ik zie mij geconfronteerd met mijn moraal,
gerelateerd aan het maatschappelijke moreel.
Na de pijn, en het verdriet, de jaloezie,
merk ik nu langzaam de groei,
het anders kijken naar het leven.
Wat is de waarde van het leven,
als je maar met een half blik kijkt?
Het is zo kostbaar,
ik wil het niet verliezen,
maar ook geen energie in verliezen.
Ik wil leven en delen met fijne mensen,
mensen die liefde geven en willen ontvangen.
Die over en weer voor elkaar klaar staan.
Ik kijk naar jou en leer zoveel over mijzelf.
Je bent lief en zacht,
zing je lied, zing het luid.
Ik zie een mooie bloem.
Met een ranke steel,
staat ze stevig in de grond.
Met warme kleuren in haar knop.
Tussen de grassen en de kruiden,
is zij de enige.
Ik zou haar kunnen plukken,
in een vaas zetten.
Dan kan ik er de hele dag naar kijken.
Maar haar pracht en glorie,
is dan zo snel verdwenen.
Een verwelkte en slappe steel,
is dan al wat rest.
Morgen kan ik weer kijken,
en de dag daarop weer,
naar haar mooie kleuren,
hoe ze daar mooi staat te zijn.
Niet alleen voor mij,
Maar allen die van deze bloem kunnen genieten.
Ik kijk nog een keer,
en loop dan verder.
Tot morgen,
natuurlijke schoonheid.
Een jongen wacht,
zijn zus ook,
ze wachten samen met hun moeder.
Vader doet het al langer.
In een A.Z.C., vakantiehuis of kerk.
Ze wachten en staan stil,
Letterlijk,
geen beweging,
stil,
verroer je niet.
Niet leren, niet spelen,
Niet leven, niet werken,
Geen kinderen, geen uitzicht.
Bewegen ze wel dan gaat het fout,
Trein of vliegtuig, en weg gaan ze.
De politiek van de coalitie,
we doen het goed,
wij hadden ze niets beloofd,
ook geen snelheid,
wachten.
Die jongen en dat meisje wachten,
Samen met andere jongeren,
Geboren in Nederland
De taal machtig, de cultuur in de vingers,
Modelvoorbeelden van intergratie,
En maar wachten.
Pardon,
Generaal,
Pardongeneraal,
Generaal
Pardon
Generaalpardon
G E N E R A A L P A R D O N ! !
Daar staat hij,
achter in het rijtje,
vriendje met de hand vasthouden,
te wachten op de afmars naar de gym.
Ik kijk op een afstandje toe,
en als de stoet vertrekt,
fiets nog ff achter ze aan.
Op het moment dat ze,
uit het zicht zullen verdwijnen,
kijkt hij over zijn schouder,
zwaait, en zegt:
"Ik hou van je, tot strakkies"
Mij met een brok in de keel,
en kriebels in de buik achter latend.
God, wat hou ik van die jongen.
Ik hoor het overal,
vandaag,
gisteren,
vorige week.
Dood,
brand,
haat,
verstarring.
Maar niet deze dingen,
geven mij het gevoel van terreur.
Het is het praten over vroeger,
het was,
het voltooid verleden tijd begrip.
Dat is het.
Men praat over nooit meer goed,
voor altijd stuk.
Ongeacht in welk kamp ze staan,
of welke kleur ze hebben.
Hoe droevig…
Nederland is weer op zijn smalst.
Vrije mening is het woord.
Rechts roert zich,
in de krochten de nationalen.
Loopt dit land naar rechts,
was er geen WO II?
Hebben Wij niets geleerd?
Waar is de tolerantie,
daar waar wij zo prat op gaan.
Demoniserend is de taal op straat.
Media richt zich eenzijdig op het "kwaad".
Opiniemaker wordt hij nu genoemd.
Maar was gewoon een Nederlander.
Zoals zovelen.
Hij had een ongezouten mening.
Andere mensen hebben die ook.
Een zweem van racisme hangt in de lucht.
Kan dit?
Bij het volk dat samenkomt,
als een willekeurig mens wordt omgebracht,
om tesamen te lopen in een tocht,
voor verbroedering en gelijkheid.
Laat ons niet verglijden,
in een weg naar het harde.
Gelijkheid is ons beginsel.
Laat ons leven in vrede.
Zoals wij dat allemaal wensen.
Hoe ziet beloning eruit,
als men weet,
dat het voortraject bestond uit zwoegen.
Consumptief is een eerste eis.
Pecunia is ook fijn.
De volgevreten mens is niet te stillen,
in zijn drang naar meer of duurder.
Soms schittert er ineens een blonde ster.
Die nog op weg is naar vol ornaat.
Haar licht is al afgestraalt,
op mensen in de directe omgeving.
Haar stralen is voor allen.
De energie kan nu gebruikt worden,
om te komen waar het wil zijn.
Met als doel anderen te belonen,
met kennis en liefde.
Het is in mij.
Geeft die vermoeidheid.
De wetenschap, van zaken nog niet geregeld zijn.
Einde van de tunnel gedachten.
Dicipline is laag.
De excuus Truus te snel gevonden.
Verstoppen voor zaken,
die uiteindelijk onvermijdelijk zijn.
De wetenschap is er,
nu nog die laatste duw.
Pick it up,
homeboy.
Te weten wat je hebt,
te voelen wie jij bent,
geraakt worden door jou.
Extase verhit het lichaam,
zweet gaat naadloos in elkander over,
de lucht zwanger van liefde.
Het is jij die ik liefheb,
jij de mij raakt,
schiet je pijlen,
liefde van mijn leven.